CANZONIERE GRECANICO SALENTINO - MERIDIANA

Artiest info
Website
facebook

distr.: Xango

Als er al één band is, die er in de loop der decennia in geslaagd is haar oorspronkelijke folkklank te vertalen naar de wijde wereld, dan is het zeker wel Canzoniere Grecanico Salentino. Meer nog dan de Ierse Chieftains is dit ensemble uit Puglia mee geëvolueerd en werd haar geluid steeds maar universeler. Dat blijkt ook nu weer, met de nieuwe -en als ik de tel goed bijgehouden heb twintigste- plaat, gaan Mauro Durante en de zijnen een flinke stap verder dan de meeste folkies ooit zullen durven. “Meridiana” -de titel spreekt voor zich- handelt over de tijd en wat die met een mens doet. Nu de plaat opgenomen werd in volle Covid-periode, krijgt zo’n titel natuurlijk een extra betekenis en het is ook allerminst een toeval dat de plaat precies twaalf tracks bevat. Die werden ingeblikt met de hulp van producer Justin Adams en wat die mens vermag met zijn dronegeluiden en gitaareffecten -hij speelt hier op twee nummers mee-, mochten we ondertussen al bij een pak andere producties aanhoren.

In essentie blijven pizzica en taranta de hoofdmoot van het verhaal uitmaken en dragen de viool, tamboerijn en accordeon nog altijd de hele groepsklank, die natuurlijk ook in flinke mate bepaald wordt door de stem van Alessia Tondo en die van Emanuele Licci. Jammer genoeg moeten we op de plaat de dans van Silvia Perrone missen, die bij live concerten dat tikkeltje extra pit toevoegen aan de accordeonklanken van Massimiliano Morabito, als die in duel gaan met de tamburello van Giancarlo Paglialunga, maar dat wordt op de plaat eigenlijk best goedgemaakt door de kwaliteit van de liederen en dansen en door de bijzondere intensiteit waarmee één en ander gebracht wordt. Covid heeft ons met z’n allen met de neus op de feiten gedrukt: we hebben elkaar nodig en we kunnen niet op onszelf bestaan. Licht en duisternis, zonneschijn en koude, het zijn gewaarwordingen, die universeel zijn en waar we allemaal mee te maken krijgen en die nood aan verbinding is de rode draad doorheen de plaat, waarop, zoals gebruikelijk bij CGS, ook eeuwenoude traditie vermengt met opperste hedendaagsheid.

Uitstapjes naar New York en Punjab, zoals in “Pizzica Bhangra”, waarop de band Red Baraat meedoet, of naar het “eigen” Napels, wanneer de grote Enzo Avitabile in “Tic e Tac” één van de hoogtepunten van de plaat komt neerzetten, wisselen af met de lichtjes Grieks ademende “Quannu Camini Tie” of het absolute hoogtepunt “Stornello alla Mamoria”. Het is allicht allesbehalve toevallig dat de plaat deze maand helemaal bovenaan de Europese Wereldmuziek charts postvat: dit is namelijk nog maar eens een meesterwerkje van de band, waarvan iemand als Ludivico Einaudi jaren geleden al de intrinsieke waarde wist te onderscheiden.

Normaal gezien, had de band de voorbije maanden in een aantal van onze culturele centra moeten optreden, maar ook daar stak Covid een stokje voor. Enkele luchtvaart-overheden deden er nog een schepje bovenop door muzikanten te verbieden hun instrumenten als handbagage mee te nemen op het vliegtuig. Dat moet dan vermoedelijk kaderen in een poging om de muziek helemaal het zwijgen op te leggen. Maar dat zal niet lukken: muziek krijg je niet kapot. Niet zolang er bands als deze Salentijnen bestaan. Ik hoop van harte dat de afgelaste tournée er alsnog komt, want, ik mocht het zelf al een paar keer beleven: een optreden van CGS is een gebeurtenis waar je wekenlang kunt op overleven.

(Dani Heyvaert)